Autisme

Wat is autisme?

Autisme is een neuro-ontwikkelingsstoornis, dit betekent dat je ermee  geboren wordt en dat je er tot het einde zal mee leven. Autisme is geen ziekte en kan dus niet genezen worden, maar het is wel een handicap voor autistische mensen.

Dit kan zich op verschillende manieren uiten en met een verschillende intensiteit of ernst voorkomen. Wat betekent dat mensen met autisme heel erg van elkaar kunnen verschillen. Vandaar dat men de term autismespectrumstoornis gebruikt.

Sommige autistische mensen bij voorbeeld zijn non-verbaal en hebben veel steun nodig, terwijl anderen  een “discrete” vorm van Autisme hebben. Ze spreken vlot en zijn meer zelfvoorzienend. Dat wil echter niet zeggen dat kinderen of volwassenen met autisme zich niet ontwikkelen.

Autistische mensen hebben een intelligentie, hetzij in het gemiddelde (IQ 70-130) of gebrekkig (IQ<70) of efficiënt (IQ=>130).

Sommige specialisten zijn van mening dat de conventionele tests niet lijken  geschikt te zijn voor non-verbale of slecht ontwikkelde mensen met autisme. Dus moeten we waakzaam zijn met de interpretatie van de resultaten. Autisme is een spectrum waarin individu’s worden gevonden in verschillende mate, vandaar de term “Autisme Spectrum Disorder milde, ernstige of matige“, zoals gedefinieerd in de indeling die in België (DSM 5) gebruikt wordt . Het ernstniveau verwijst niet naar de mogelijkheden van de evolutie van de persoon, maar naar de intensiteit van de symptomen en dus naar het nodige steunniveau. Het is een foto op een bepaald moment!

Het niveau van het functioneren is in relatie met de autonomie- capaciteiten van de persoon en niet met zijn IQ. In ieder geval kunnen alle autistische mensen vorderen als zij adequate en voldoende steun ontvangen. Autistische mensen tonen “autistische dyade“: veranderingen in de communicatie en socialisatie, alsmede repetitieve activiteiten en beperkte belangen.

Ze hebben over- of ondergevoeligheden voor zintuiglijke prikkels bijvoorbeeld vele huidige hyperacusis, een dysoraliteit, een hekel aan felle lichten of aangerakingen.

Sommigen tonen gedragsstoornissen, die  geen symptoom van autisme zijn, maar eerder een manifestatie van een moeilijkheid om zich  in zijn omgeving aan te passen als gevolg van zintuiglijke, sociale en communicatieve problemen.

Autistische mensen hebben een verschillend begrip van sociale situaties, een waarneming en een andere sensorialiteit dan neuro-typische personen.

Veel specialisten zijn van mening dat een tekort in de Theory of Mind (begrip van de mentale staten van anderen) en een gebrek aan centrale coherentie  de atypische eigenaardigheden van het autistisch functioneren verklaren .

Het is ook bekend dat neuropsychologische tests op het niveau van de cognitieve werking op een heterogeen intellectueel quotiënt wijzen bij de meeste autistische personen. Dit wordt vaak waargenomen met sterke vaardigheden in de interesses en zwakkere vaardigheden op andere gebieden. Er is ook een tekort in uitvoerende functies, dat dagelijks wordt uitgedrukt door een moeilijkheid bij het organiseren, concentreren, plannen en een belangrijk gebrek aan flexibiliteit.

Wat zijn de symptomen?

Hier zijn de diagnosecriteria  in DSM 5 *

  1.   Persistentie van moeilijkheden in sociale communicatie en interactie in veelvoudige contexten, die zich manifesteren of zich als volgt hebben gemanifesteerd: 
    1.  Tekorten in socio-emotionele wederkerigheid;
    2.  Tekorten in non-verbaal communicatiegedrag dat voor sociale interacties wordt gebruikt;
    3.  Tekorten in de ontwikkeling, het onderhoud en het begrip van relaties
  2.   Repertoire van beperkt en repetitief gedrag, belangen of activiteiten die worden gekenmerkt door ten minste twee van deze criteria:
    1.  Motoriek, gebruik van stereotypische of repetitieve voorwerpen of vocalisatie;
    2.  Aandringen op gelijkenis, inflexibele naleving van routine- of rituele patronen van verbaal of non-verbaal gedrag;
    3.  Zeer beperkte en bevroren belangen met een abnormale mate van intensiteit en focus;
    4.  Ongewone reactie op zintuiglijke stimuli of ongewone interesse in de zintuiglijke aspecten van het milieu.
  3. De symptomen moeten aanwezig zijn vanaf de vroege ontwikkelingsperiode. Nochtans kunnen zij slechts volledig worden gemanifesteerd wanneer de beperkte capaciteiten  sociale eisen niet meer ontmoeten, of als ze later door geleerde strategieën worden gemaskeerd.
  4. Symptomen leiden tot klinisch significante tekorten op de sociale, professionele of andere gebieden van de exploitatie.
  5. Intellectueel handicap (intellectuele ontwikkelingsstoornis) of een algemene vertraging in de ontwikkeling  rechtvaardigen deze aandoeningen niet beter. »

* Officieuze vertaling van DSM 5

Share